Perfecte espresso

Elk kopje espresso moet zo gezet worden dat de ongeveer 700 aroma’s die in de bonen aanwezig zijn door het branden, ook in het kopje komen. Een perfecte espresso voldoet daarom aan de volgende kenmerken: 
Hazelnootkleurige “crema” met roodachtige tinten en soms donkerbruine strepen. Het moet een egale fijne laag van enkele millimeter vormen.
De koffie moet vol en rond zijn met goed uitgebalanceerde smaken, zie ook “het proeven van koffie“.

De voorwaarden voor het maken van een perfecte espresso:

  •            Gemalen koffie met de juiste korrelgrootte
  •            Een dosis van ongeveer 7,5 gram
  •            Met een druk van ongeveer 20 kilo aangedrukte koffie in de houder.
  •            Water met een druk van ongeveer 10 atmosfeer.
  •            Watertemperatuur van 88° tot 92 °C
  •            Doorlooptijd 25 tot 30 seconden
  •            Volume in het kopje 25 tot 30 ml
  •            Temperatuur van de espresso in het kopje tussen 67 ° en 70° C,

het kopje zal dan ook voorverwarmd moeten worden.

Als een van de parameters onjuist is zal de espresso koffie niet mooi in balans zijn. De koffie zal dan over of onder geëxtraheerd  zijn.

Het resultaat is: 

 

Bij onder geëxtraheerde koffie: 

Lichte beige kleurige crema die te dun is. Heeft te grote bubbels en verdwijnt snel. De koffie smaakt waterig, heeft weinig body en weinig smaak. De smaak blijft ook niet lang in de mond hangen.

 

 

 

Bij over  geëxtraheerde koffie:

Donker bruine crema met lichte vlekjes en grote bubbels en soms zelfs met een gat in het midden.

De laag is erg dun en verdwijnt snel. De koffie heeft een sterke smaak, bitter en doet de mond samentrekken. Die smaak blijft in de mond hangen maar met een klein smaakpalet.